Beeldende kunst



Ik ben letterlijk opgegroeid in de geur van verf. Een paar jaar lang was het atelier van mijn vader ook mijn slaapplek. Niet zelden zat ik mijn huiswerk te maken terwijl hij achter de ezel zat.

Van mijn plek kon ik niet zien waar hij mee bezig was, maar ik kon wel ruiken of het olieverf, of bijvoorbeeld acryl was. Op een gegeven moment kon ik zelfs de kleuren ruiken. Later begreep ik dat ik niet het geel of wit rook, maar het cadmium of het lood.

Zo volgde ik jarenlang het ontstaan van een oeuvre. Lees meer over het werk van John L. Torenbeek op zijn site.

Ook mijn moeder was schilder. Zij heeft zich ondermeer gemanifesteerd als portrettist. Daarnaast schreef en publiceerde ze gedichten. Ik heb haar altijd gezien als schilder die de poëzie erbij deed. Inmiddels vraag ik mij af of het niet andersom was. Lees meer over het werk van Aat van Nie op haar site.

Via mijn ouders kwam ik in contact met hun studiegenoot Rudolf Hagenaar, wiens werk indruk op mij maakte. Ik ging naar hem toe om een schilderij te kopen, en kwam er vandaan als manager en (tijdelijk)kunsthandelaar. Over hem publiceerde ik twee boeken. Lees meer over Rudolf Hagenaar.

Mijn werk heeft me regelmatig wat dichter bij de kunst gebracht. Zo ben ik als bestuurslid van de vriendenvereniging van het Nederlands Interuniversitair Instituut betrokken bij dat instituut. En natuurlijk biedt de Utrecht Summer School altijd meerdere cursussen aan op het terrein van de beeldende kunst.

Maar uiteindelijk gaat het me om de kunst zelf. Ik heb ze om me heen: thuis, op het werk en in mijn huis in Italië.